Organisatiecultuur

De toeslagenaffaire staat al jaren in de belangstelling door de inspanningen van Pieter Omtzigt (CDA) en Renske Leijten (SP). In de afgelopen weken verhoorde de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) onder ede een aantal belangrijke spelers in deze zaak: een advocaat die namens de slachtoffers optreedt, een bestuurskundige, ambtenaren en (oud)bewindslieden. De vraag is of oorzaken worden onderkend of dat slechts symptomen worden benoemd.

De afgelopen week kreeg ik een vacature toegestuurd voor een Assurance en Risicomanager. In theorie past dit soort vacatures uitstekend bij mijn profiel. Toch heb ik, na bestudering van de opdracht, besloten niet te reageren. Er waren te veel signalen die erop duidden dat de opdracht niet aansloot bij mijn beleving van wat de functie zou moeten inhouden. Ook ziet de manier waarop binnen deze opdracht Assurance (Borging) is georganiseerd er risicovol uit; risicovol voor mijn professionaliteit en integriteit.

Eerder reageerde ik op het advies van het Bureau ICT Toetsing (BIT) over GrIT, het programma dat de ICT van Defensie op een hoger plan zou moeten brengen.

Vervolgens stuurde staatsecretaris Visser op 18 februari 2020 een brief naar het parlement, vergezeld van een rapport van de Algemene Bestuursdienst. De Algemene Bestuursdienst presenteert zich hier als een consultancy, genaamd ABDTOPConsult.

Het Bureau ICT Toetsing (BIT) heeft geadviseerd om GrIT, het programma dat de ICT van Defensie op een hoger plan moet brengen, fundamenteel anders aan te pakken of zelfs te stoppen. Een bijzonder schokkend rapport dat herinneringen oproept. Hoewel de inhoud volledig anders is, doen aanpak en aansturing sterk denken aan een eerder Defensieproject dat bepaald niet succesvol verliep.

Het Bureau ICT Toetsing (BIT) heeft geadviseerd om de ontwikkeling van een nieuw ICT-systeem voor de Nationale Politie te stoppen of in ieder geval fundamenteel aan te passen. Een schokkend rapport laat weinig aan de verbeelding over. En laat tegelijkertijd het nodige te wensen over.

Naar aanleiding van het BIT-advies heeft de minister van IenW de overeenkomst met de leverancier ontbonden.
Het BIT-advies roept diverse vragen op. Mijn analyse.

Afgaande op berichtgeving in o.a. Trouw staat het Bureau ICT-toetsing (BIT) op omvallen. Dit in 2015 opgerichte toetsingsbureau zou binnen het ministerie van BZK als “waakhond” moeten functioneren om ICT-projecten bij de overheid beter te beheersen. Nu blijkt dat diverse kopstukken zijn vertrokken, al dan niet na conflicten.

Staat het BIT op omvallen? Heeft het BIT eigenlijk wel zin? Zijn de ICT-projecten bij de overheid beter te beheersen? De problemen bij het BIT waren grotendeels te voorzien: de verkeerde problemen weren aangepakt binnen de verkeerde cultuur, de verkeerde organisatie en door de verkeerde personen.

Met risicomanagement!

Op 22 november 2018 werd door de Commissie BZK van het parlement een vervolgdebat gehouden over het mislukte project/programma BRP. Deze keer ging het specifiek over de aanbesteding van het project en de merkwaardige wijze waarop hiermee werd omgegaan.

Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66) pleitte tijdens dit debat voor het opknippen van projecten in kleinere delen. Dit zou moeten leiden tot verbeterde beheerbaarheid.

Maar hoe knip je een project op? Door naar risico’s te kijken.

De IJzeren driehoek wordt breed gezien als het fundament van projectmanagement. Sturen op tijd, geld en kwaliteit geldt als een basisregel voor projectbeheersing. Er zijn verschillende varianten: bijvoorbeeld het Duivelskwadrant of het sturen op Product, tijd en geld zoals bij de overheid gebruikelijk is. Maar de verschillen zijn verwaarloosbaar.

Dit concept staat nauwelijks ter discussie en wordt alom zonder verdere overweging geaccepteerd. Maar is dit terecht? Is (een variant op) de IJzeren Driehoek altijd bruikbaar?

In 2017 besloot minister Plasterk om het programma oBRP voortijdig te beëindigen.

In deel 1 van deze serie beschreef ik aan de hand van het rapport “Niet te stoppen” waar het mis ging in dit programma. In dit deel gaat het om meer fundamentele oorzaken: de cultuur van de overheid, de manier van organiseren en hoe dit elke verandering en elk project/programma ernstig belemmert.